SLUITEN

CONTACT
Ongeldig e-mailadres
0/500 karakters

Ik ben geïnteresseerd in volgende editie(s):

SLUITEN

PIN OP MOODBOARD

Verplicht veld

Deze functionaliteit is enkel voorbehouden voor architecten, interieurarchitecten en andere voorschrijvers met een goedgekeurd A@W Xperience account.
Ben je architect? Log in of registreer je om verder te gaan.

DUID JOUW FAVORIETE LANDEN AAN

Selecteer andere landen die je wenst te volgen

Je land is standaard ingesteld op België.

Language picture bigLanguage picture small

SELECTEER JOUW REGIO

Austria

Belgium

Czech Republic

France

Germany

Italy

Luxembourg

The Netherlands

Poland

Portugal

Scandinavia

Spain

Switzerland

United Kingdom

Other European countries

Other Eastern European countries

BUITEN EUROPA

North America

Latin America

Africa

Asia

Middle East

25AWX_Banner_Inspiration_V7.png
POINT OF VIEW

Een nieuwe dialoog met bestaande architectuur

Publicatiedatum: 09.04.2026

Dit is een vertaling van een origineel artikel geschreven door Marta Rodríguez Bosch

Hergebruiken vóór bouwen. Evolueren naar een economie van middelen. Verdichten zonder meer ruimte in te nemen. Streven naar aanpasbaarheid. De stad als waardevolle materialenbank. Voor Nomos Architects ligt het heden en de toekomst van de architectuur in al deze principes.

1 NOMOS

Nomos is een architectenbureau met vestigingen in Madrid en Genève, bestaande uit Ophélie Herranz, Pau Galindo, Katrien Vertenten en Lucas Camponovo.

Het decarboniseren van de architectuur is het hoofdthema van de A@W-conferenties in Madrid. Wat moet vandaag prioriteit krijgen om dit doel te bereiken?
De prioriteit is niet technologisch, maar strategisch. Voordat we nadenken over nieuwe materialen of systemen, moeten we de manier waarop we een project benaderen veranderen. Decarboniseren begint in de eerste plaats met hergebruiken vóór bouwen, het vermijden van sloop en het werken met het bestaande als een hulpbron. Het grootste potentieel ligt in het enorme materiële kapitaal dat al gebouwd is. Renovatie maakt het mogelijk de ingebedde koolstof te behouden en het gebruik van grondstoffen te verminderen. Architectuur moet evolueren naar een economie van middelen, waarin meer doen met minder geen beperking is, maar een drijvende kracht van het ontwerp.

De echte verandering moet cultureel zijn: stoppen met het zien van een project als een tabula rasa en het beginnen beschouwen als een dialoog met het bestaande. Het grootste deel van de stad bestaat uit “gewone” gebouwen zonder erkende erfgoedwaarde, en juist daar ligt het grootste transformatiepotentieel. Hierop ingrijpen is niet alleen een kwestie van energie-efficiëntie, maar ook een kans om architectuur te produceren en het bestaande een nieuwe betekenis te geven.

2 Nomos2a Nomos

Vale Pereiro, Lissabon. Transformatie van een kantoorgebouw naar woningen. De eerste uitdaging was niet ontwerpen, maar de opdrachtgever overtuigen om niet te slopen.

Jullie stellen voor om steden ook te transformeren door architectonische binnenruimtes te herbestemmen. Wat zijn de strategieën?
Het is een stille maar zeer effectieve manier om de stad te transformeren zonder meer stad te bouwen. We zijn geïnteresseerd in het activeren van onderbenutte ruimtes, het introduceren van nieuwe manieren van wonen en werken met tussenzones (overgangen, filters, wintertuinen) die de gebruiksmogelijkheden vergroten en de relatie tussen binnen en buiten verzachten. Dit alles zonder grote gebaren. Deze projecten valoriseren wat we “gewone” architectuur kunnen noemen. Het zijn ingrepen met directe impact op de stad: ze maken verdichting mogelijk zonder extra bebouwing en reactiveren het bestaande weefsel. In die zin is de transformatie van het interieur ook een vorm van stedelijk ontwerp.

In jullie architectuur is het gebruik van kleur, zowel binnen als buiten, opvallend. Met welk doel passen jullie dit toe?
Kleur zien wij niet als een geïsoleerde esthetische keuze, maar als een instrument dat deel uitmaakt van het architecturale proces. Het wordt niet als een extra laag aangebracht, maar ontstaat uit het constructieve systeem zelf of uit de logica van het project. We zijn geïnteresseerd in het vermogen ervan om de ruimte leesbaar te maken, elementen met elkaar te verbinden en de perceptie te veranderen, maar ook om een materiële en zintuiglijke dimensie te introduceren die verbonden is met het bouwproces.

3a Nomos3 Nomos

Gebouw Dr. Prévost in Genève. Met een basis van blauwe keramiek in de gemeenschappelijke ruimtes wordt de ruimtelijke beleving vergroot. De rode trap fungeert als contrapunt en helpt de circulatie te structureren.

Welke materialen en systemen zijn onmisbaar voor de architectuur van de 21e eeuw?

Wij geloven niet in universele materialen, maar in materialen die geschikt zijn voor elke context, begrepen als onderdeel van een systeem. De toekomst van de architectuur hangt minder af van het uitvinden van nieuwe materialen dan van het beter gebruiken van de materialen die we al hebben. We zijn vooral geïnteresseerd in lokale materialen, met een lage ingebedde energie en, waar mogelijk, hergebruikt.

Moet architectuur vandaag volledig omkeerbaar zijn?

Meer dan omkeerbaar zouden we moeten streven naar een aanpasbare architectuur, die in de tijd kan evolueren. Ruimtes die niet volledig vastliggen en verschillende functies en transformaties toelaten zonder grote ingrepen. Omkeerbaarheid is een nuttig instrument omdat het toekomstige aanpassingen vergemakkelijkt, de levensduur van gebouwen verlengt en afval vermindert. Toch kan en moet niet alles omkeerbaar zijn. We denken liever aan architectuur als een open drager die veranderingen kan absorberen. Het doel is niet zozeer demontage, maar het vermijden van sloop.

4a Nomos4 Nomos

Project Kaya, Burkina Faso. Aarde, lokale steen, eenvoudige bouwtechnieken en lokale arbeid. Architectuur die inspeelt op klimaat, beschikbare middelen en sociale context.

Wat zijn vandaag de “vijanden” die vooruitgang op het vlak van duurzaamheid belemmeren?

De belangrijkste vijand is niet technisch, maar cultureel: we blijven denken dat nieuwbouw de beste optie is. Daarbij komen andere factoren zoals een sloopcultuur, regelgeving die onvoldoende aangepast is aan renovatie, een economisch model gericht op nieuwbouw en een te grote afhankelijkheid van technologische oplossingen in plaats van passieve strategieën. We ontwerpen gebouwen als afgewerkte objecten, terwijl het in werkelijkheid processen zijn die evolueren. Duurzaamheid wordt niet bepaald op het moment van bouwen, maar door het vermogen van een gebouw om te blijven bestaan, zich aan te passen en niet vervangen te moeten worden.

In deze context is het essentieel om de stad niet alleen te zien als een verzameling gebouwen, maar als een materialenbank. Elk stedelijk transformatieproces mobiliseert grote hoeveelheden middelen die, in plaats van opnieuw gebruikt te worden, afval worden. In wezen is het probleem dat we het bestaande nog niet als een hulpbron beschouwen. Nochtans bevat de stad zelf al een groot deel van de oplossing.

5 Nomos5a Nomos

Project La Nave, Madrid. Vertrekt van een bestaande industriële ruimte en transformeert die tot woning, waarbij de functie wordt hergeprogrammeerd zonder de stedelijke structuur te wijzigen.

Alle afbeeldingen: © Nomos Architects