SLUITEN

CONTACT
Ongeldig e-mailadres
0/500 karakters

Ik ben geïnteresseerd in volgende editie(s):

SLUITEN

PIN OP MOODBOARD

Verplicht veld

Deze functionaliteit is enkel voorbehouden voor architecten, interieurarchitecten en andere voorschrijvers met een goedgekeurd A@W Xperience account.
Ben je architect? Log in of registreer je om verder te gaan.

DUID JOUW FAVORIETE LANDEN AAN

Selecteer andere landen die je wenst te volgen

Je land is standaard ingesteld op Verenigd Koninkrijk.

Language picture bigLanguage picture small

SELECTEER JOUW REGIO

Austria

Belgium

Czech Republic

France

Germany

Italy

Luxembourg

The Netherlands

Poland

Portugal

Scandinavia

Spain

Switzerland

United Kingdom

Other European countries

Other Eastern European countries

BUITEN EUROPA

North America

Latin America

Africa

Asia

Middle East

25AWX_Banner_Inspiration_V7.png
IN FOCUS

De ruimte om dingen te laten ontstaan

Publicatiedatum: 05.11.2026

Dit is een herwerkte vertaling van een origineel artikel geschreven door Nora Santonastaso

Met de komst van ARCHITECT@WORK naar Milaan op 11 en 12 november in Allianz MiCo is het een uitgelezen moment om vooruit te blikken op het gesprek rond het centrale thema van deze editie: Spazio Vivo. Dat thema sluit nauw aan bij de evolutie, het aanpassingsvermogen en het leven van gebouwen, zowel vóór als na onze ingreep.

Het debat leeft ook internationaal. Alessandro Scandurra van Scandurra Studio Architettura geeft er vanuit zijn eigen visie een bijzondere invulling aan. In zijn manifest beschouwt hij tijd en mensen als volwaardige bouwstenen van het ontwerpproces.

We nemen je graag mee in dit gesprek. Noteer intussen alvast de lezing met architect Scandurra in je agenda: op 12 november om 16.30 uur.

portaluppi 2.jpg

De Fondazione Piero Portaluppi in Milaan, gevestigd in het historische architectenbureau van Portaluppi.

Voorbij de tabula rasa: een nieuw paradigma voor hergebruik. Vandaag staan stadsvernieuwing en het hergebruik van bestaande gebouwen centraal, zowel vanuit duurzaamheidsoverwegingen als om de identiteit van een plek te bewaren. Hoe is de kijk van Scandurra Studio op het werken met bestaande gebouwen en structuren veranderd sinds het begin van uw carrière? Waar ligt de grens tussen het bewaren van het verleden en het creëren van een nieuwe, hedendaagse identiteit?

Toen ik mijn carrière begon, was het bestaande vooral een beperking: iets waarover je moest onderhandelen om je eigen project toch te kunnen realiseren. Vandaag is het voor ons het vertrekpunt, en vaak zelfs het meest doordachte onderdeel van het hele proces, omdat het beslissingen bevat die de tand des tijds al hebben doorstaan.

Wanneer ik voor een bestaand gebouw sta, vraag ik me niet af wat het geweest is, maar wat het nog kan worden. Die visie hebben we ook vastgelegd in ons manifest: we erven geen gebouwen, maar mogelijkheden. Het verleden is niet iets wat we bewaren, maar iets wat we de kans geven om verder te evolueren.

Mijn werk voor het Palladio Museum, gevestigd in een Palladiaans palazzo in Vicenza, en voor de Fondazione Piero Portaluppi heeft mijn kijk hierop sterk beïnvloed. Wanneer je je in een zestiende-eeuws palazzo bevindt of door het archief van een twintigste-eeuwse grootmeester bladert, wordt één ding duidelijk: een gebouw is nooit een vaststaand gegeven, maar het resultaat van opeenvolgende aanpassingen. Geen enkel gebouw dat we vandaag als onaantastbaar beschouwen, heeft ons bereikt in de vorm waarin het oorspronkelijk werd ontworpen. Zelfs Palladio vertrok vanuit een ideaalmodel dat hij vervolgens op concrete locaties realiseerde.

De grens waarnaar u verwijst, zou ik daarom niet op stilistisch vlak leggen. Het gaat om iets anders, iets wat je kunt toetsen: de mogelijkheden van toekomstige generaties niet beperken. Een ingreep die één functie vastlegt, andere opties uitsluit en een nieuwe transformatie over dertig jaar ondenkbaar maakt, tast het toekomstige geheugen aan, zelfs als elke steen behouden blijft.

Dat geldt ook voor nieuwbouw. Er is altijd een voorafgaande architectuur, ook wanneer die nog niet gebouwd is. Bij Brescia Urban Living, waar we de studentenhuisvesting al hebben opgeleverd en momenteel de woningen realiseren, geven het verhoogde bouwvolume en de open ruimte de buurt een openbaar park terug. De gebouwen geven de stad meer terug dan ze eraan onttrekken. Dat is het deel dat er over vijftig jaar nog zal zijn.

brescia studentato.jpg

Camplus Brescia Lamarmora, geopend in juli 2026 en gerealiseerd in amper tien maanden.

De impact van de digitale werf. De digitale werf wekt veel belangstelling bij professionals. Hoe veranderen nieuwe technologieën, databeheer en digitalisering niet alleen de ontwerpfase, maar ook het dagelijkse verloop van de bouwwerf? Biedt deze technologische aanpak volgens u een concurrentievoordeel, vooral bij de renovatie en het hergebruik van bestaande gebouwen?

De digitale werf wordt bijna altijd voorgesteld als een kwestie van efficiëntie. Zelf zie ik ze vooral als een instrument om kennis te vergaren. Bij bestaande gebouwen is het voordeel duidelijk en heel concreet: een digitale opmeting levert het eerste eerlijke beeld van een gebouw op. Iedereen die al aan een bestaand gebouw heeft gewerkt, weet dat archieftekeningen zelden volledig overeenstemmen met de werkelijkheid. En net in die afwijkingen gaan renovatieprojecten vaak verloren, door wijzigingen, vertragingen en extra kosten. Minder verrassingen betekent dus meer dan een technisch voordeel: het maakt hergebruik economisch haalbaar en voorkomt dat slopen de enige optie lijkt. Daar zit wel degelijk een concurrentievoordeel.

Maar de grootste meerwaarde van het digitale model komt pas na de oplevering. Het model is het deel van het gebouw dat je doorgeeft aan de volgende generatie: aan wie het over twintig jaar zal transformeren en dankzij die informatie weet wat wel en niet aangepast kan worden. In die zin dient digitalisering niet ons eigen project, maar het project dat erop volgt.

Data beschrijven hoe een gebouw in elkaar zit, maar niet wat het mogelijk zal maken. De digitale werf vertelt ons alles over de constructie, maar niets over het leven dat zich erin zal afspelen. Daarvoor blijft het meest niet-technologische wat er is noodzakelijk: ter plaatse gaan, kijken, observeren, tellen en op verschillende momenten terugkeren.

brescia urban living.jpg

The Blooming District, een stadsvernieuwingsproject in Brescia op de voormalige site van de Magazzini Generali.

Innovatie en technologische oplossingen. ARCHITECT@WORK staat in het teken van technische en materiële innovatie. Hoe kiest u materialen voor projecten waarin hergebruik en verschillende historische lagen samenkomen? Zoekt u bewust een sterk contrast met het bestaande of geeft u de voorkeur aan een subtiele integratie?

Ik vertrek niet vanuit die tegenstelling. Contrast en camouflage zijn een kwestie van stijl. De echte uitdaging is begrijpen hoe een gebouw is opgebouwd, uit welke onderdelen het bestaat en welke onderlinge verhoudingen daarin bepalend zijn. Die eigenheid moet je respecteren. Een ingreep die de verschillende onderdelen door elkaar haalt, maakt de structuur van het bestaande gebouw niet leesbaar en is gedoemd te mislukken.

Bij mijn materiaalkeuze kijk ik vooral naar hoe iets zich doorheen de tijd gedraagt. Het gaat mij om de fysieke ervaring van architectuur: hoe die met al onze zintuigen tot ons spreekt. Materiaal en duurzaamheid bepalen hoe een gebouw reageert op natuurlijke elementen en hoe het ons daarmee in contact brengt: licht, vocht, warmte en slijtage.

Daarom kijk ik niet naar hoe een materiaal eruitziet op de dag van de opening, maar naar hoe het er na vijf jaar zal uitzien, wanneer duizenden handen het hebben aangeraakt. Bij de studentenhuisvesting van Brescia Urban Living kozen we voor een constructie in XLam-hout op basis van die overwegingen: prestaties, uitvoering, ecologische voetafdruk en de manier waarop het materiaal zichtbaar veroudert.

Ik heb een achtergrond in scenografie en werkte samen met Giorgio Barberio Corsetti. In die wereld moet een materiaal bestand zijn tegen intensief gebruik, ook vanop afstand goed werken en snel vervangen kunnen worden. Die ervaring heeft me nooit meer losgelaten.

In ons manifest staat een zin die dat uitgangspunt samenvat: schoonheid is de zichtbare vorm van zorg. Je herkent ze op plekken waar niemand er expliciet om vraagt: in verbindingen, drempels, achterzijden en leuningen. Het is bovendien het enige aspect van kwaliteit dat je niet kunt nabootsen in een rendering.

Alessandro-Scandurra.jpg

Alessandro Scandurra, Scandurra Studio Architettura.

De toekomst van het architectenberoep. In november geeft u een lezing tijdens ARCHITECT@WORK in Milaan. Zonder al te veel vooruit te lopen op uw verhaal: welke boodschap wilt u meegeven aan de architecten die komen luisteren? Welke vaardigheden zal het architectenbureau van de toekomst absoluut nodig hebben om de stedelijke uitdagingen van morgen aan te gaan?

Mijn boodschap past in één zin. Het is de gedachte waarop de manier van werken van mijn bureau steunt: de waarde van architectuur wordt bepaald door wat ze mogelijk maakt.

Dat is een uitdagend uitgangspunt. Het betekent dat je een gebouw niet beoordeelt op zijn vorm, uitstraling of kostprijs, maar op de relaties die het tot stand brengt, de veranderingen die het mogelijk maakt, het gedrag dat het stimuleert en de toekomstperspectieven die het opent. Het betekent ook dat je bereid moet zijn om je werk hierop te laten beoordelen, zelfs nadat het gebouw is opgeleverd. Wij noemen dat de Architectuur van de Mogelijkheden.

Wat de vaardigheden betreft, zou ik er drie naar voren schuiven.

De eerste is het vermogen om al vóór het eigenlijke ontwerp aan de slag te gaan. Een plek observeren, er op verschillende momenten terugkeren en begrijpen welke ontwikkelingen zich er al spontaan voordoen. Dat is een volwaardige fase in het ontwerpproces, met een bepaalde looptijd, betrokken mensen en een concreet eindresultaat op papier. Het gaat dus niet louter om intuïtie. Binnen ons bureau valt dit onder Scandurra Backstage.

De tweede is ontwerpen voor functies die we vandaag nog niet kunnen benoemen. Dat is iets anders dan flexibele ruimtes: flexibiliteit betekent al te vaak dat een beslissing gewoon wordt uitgesteld. Ik pleit eerder voor aanpasbare structuren. Denk aan de constructie, hoogtes, toegangen en technische installaties. Die moeten van bij het begin goed worden ontworpen, omdat ze achteraf moeilijk te veranderen zijn en bepalen hoeveel ruimte er later is voor andere aanpassingen.

De derde vaardigheid is misschien wel de zeldzaamste: opnieuw gaan kijken. Je eigen projecten een jaar na de opening evalueren en vastleggen wat er in het gebouw gebeurt dat niet in het oorspronkelijke programma was voorzien.

En dan is er nog een vaardigheid die niet technisch van aard is: kunnen samenwerken met mensen die geen architect zijn.

De ruimte om dingen te laten ontstaan | Insights | Inspiratie | A@WX