ICONIC ARCHITECTURE: De Spelen gaan voorbij, de architectuur blijft
Publicatiedatum: 12.03.2026
Dit is een vertaling van een origineel artikel geschreven door Nora Santonastaso
De rubriek Iconische Architectuur 2026 van ARCHITECT@WORK onderzoekt de waarde van visuele taal in architectuur, namelijk het vermogen om begrijpelijk te maken wat vaak impliciet blijft, zonder dat er onderschriften nodig zijn. Het beeld wordt zo een leeshulpmiddel dat de betekenisvolle kern van een project al onthult nog vóór de beschrijving ervan.
In die zin heeft architectuur niet langer behoefte aan te veel woorden. Vorm, ruimte en relatie met de context bouwen een autonoom verhaal op dat begrepen wordt nog vóór het wordt uitgelegd. Het terugvinden van een leesbare visuele dimensie betekent dat de complexiteit van het project wordt teruggegeven en dat de ervaring van degene die kijkt en door de ruimte beweegt weer centraal komt te staan. De mens en zijn gevoeligheid worden dus interpretatiemiddelen die ruimte laten voor emoties en ook voor een zekere mate van instinctiviteit.

De architectuur die voor de Olympische Winterspelen Milaan Cortina 2026 ontworpen is, past in dit kader. Niet als geïsoleerde objecten, maar als ingrepen die communiceren via stedenbouw, schaal en tijd. Onder deze projecten biedt het Olympisch Dorp van Milaan een bijzonder betekenisvolle interpretatiesleutel, die door zijn eerste gebruikers – de atleten die ons tijdens de spannende dagen van de Spelen in spanning hielden en ons hart vulden met emoties – eerder onbewust dan bewust werd ervaren.


Het Olympisch Dorp van Milaan is ontstaan binnen de transformatie van het gebied Scalo di Porta Romana, een van de grootste lopende stadsvernieuwingsprojecten in Milaan. Het project is ontworpen door het internationale bureau Skidmore, Owings & Merrill (SOM), geselecteerd via een internationale wedstrijd, en beschouwt het olympische evenement als een kans om een nieuw stuk stad te bouwen dat blijft bestaan lang nadat de Spelen voorbij zijn.

Het masterplan omvat zes nieuw gebouwde woongebouwen en de herbestemming van enkele bestaande industriële structuren, geïntegreerd in de nieuwe stedelijke context. De constructies volgen een direct leesbare structuur die ruimte, functionaliteit en perceptie met elkaar verbindt. Openbare ruimtes, wandelroutes en groene zones zijn geen geïsoleerde elementen, maar vormen een doorlopende sequentie die de blik begeleidt en de ruimtelijke ervaring stuurt.
De schaal van de ingrepen is evenwichtig en in overeenstemming met de Milaanse context. Monumentale elementen of buitensporige gebaren zijn afwezig. Het project werkt daarentegen met gecontroleerde repetitie, uitlijning van de gevelwanden en een constante verhouding tussen vol en leeg. Het is een regelmaat die niet op effect gericht is, maar die in de loop van de tijd herkenbaarheid creëert.

Tijdens de Winterspelen huisvestte het dorp atleten en delegaties. Na afloop van het evenement worden de gebouwen omgevormd tot woningen die voornamelijk bestemd zijn voor studentenhuisvesting, aangevuld met collectieve ruimtes, voorzieningen en wijkfuncties. Deze transformatie is geen latere aanpassing, maar vanaf het begin een expliciet onderdeel van het ontwerp. Het toekomstige gebruik corrigeert het ontwerp niet: het bevestigt het in zijn natuurlijke evolutie.


© Alberto Fanelli
Vanuit typologisch en functioneel standpunt is het complex ontworpen om aan verschillende behoeften te voldoen. De wooneenheden kunnen zich aanpassen aan uiteenlopende configuraties, terwijl de gemeenschappelijke ruimten en technische systemen lokale aanpassingen toelaten zonder ingrijpende interventies. De flexibiliteit berust niet op uitzonderlijke oplossingen, maar op een goed doordachte structuur.

Een centrale rol is weggelegd voor de openbare ruimte en de gelijkvloerse verdiepingen. De fundering herbergt niet enkel toegangen, maar functioneert als schakel tussen architectuur en stad. Paden, binnenhoven en open ruimtes zijn ontworpen om doorkruist, gebruikt en bewoond te worden, ook na afloop van het evenement. Hier begint het project zich werkelijk te meten met het dagelijkse leven en met de noodzaak architectuur ervaarbaar en waarneembaar te maken, zowel visueel als met andere zintuigen.

Het landschapsontwerp, gemaakt door Michel Desvigne, vormt een integraal onderdeel van het stedenbouwkundige plan. Groene zones, binnenhoven en pleinen vervullen geen decoratieve rol, maar dragen bij aan de ruimtelijke en milieukwaliteit van de ingreep. Het groen werkt in op het microklimaat, op de perceptie en op het rustige tempo van alledaags gebruik.
Vanuit energetisch en ecologisch oogpunt hanteert het dorp een geïntegreerde aanpak. Passieve strategieën, efficiënte installaties en oplossingen gericht op het verminderen van levenscyclus-emissies zijn vanaf het begin in het ontwerp opgenomen. Ook hier wordt duurzaamheid niet geëtaleerd, maar toegepast als een vanzelfsprekend onderdeel van het project.

Het Olympisch Dorp van Milaan spreekt vooral over duurzaamheid en bestendigheid; het evenement is slechts de aanleiding. De werkelijke waarde van het project wordt zichtbaar wanneer het ophoudt uitzonderlijk te zijn en onderdeel wordt van de gewone stad. In deze stille maar beslissende overgang blijft de architectuur zich in de loop van de tijd laten lezen.