SLUITEN

CONTACT
Ongeldig e-mailadres
0/500 karakters

Ik ben geïnteresseerd in volgende editie(s):

SLUITEN

PIN OP MOODBOARD

Verplicht veld

Deze functionaliteit is enkel voorbehouden voor architecten, interieurarchitecten en andere voorschrijvers met een goedgekeurd A@W Xperience account.
Ben je architect? Log in of registreer je om verder te gaan.

DUID JOUW FAVORIETE LANDEN AAN

Selecteer andere landen die je wenst te volgen

Je land is standaard ingesteld op Verenigd Koninkrijk.

Language picture bigLanguage picture small

SELECTEER JOUW REGIO

Austria

Belgium

Czech Republic

France

Germany

Italy

Luxembourg

The Netherlands

Poland

Portugal

Scandinavia

Spain

Switzerland

United Kingdom

Other European countries

Other Eastern European countries

BUITEN EUROPA

North America

Latin America

Africa

Asia

Middle East

25AWX_Banner_Inspiration_V7.png
POINT OF VIEW

Floor Frings: centraal staat het creëren van een duurzame samenleving

Publicatiedatum: 03.09.2026

Michiel van Raaij

In iedere opgave ziet Werkstatt kansen om bij te dragen aan een op alle vlakken duurzame leefomgeving. In Nieuwegein heeft het een busstation ontworpen met een heel licht dak vanwaar water via bemoste betonnen kolommen in wadi’s geïnfiltreerd wordt. In Eindhoven heeft het bureau verschillende woonprojecten ontworpen waarin voorzieningen gedeeld worden en ruimte is gemaakt voor bewoners om elkaar te ontmoeten. Op woensdag 9 september geeft architect Floor Frings van Werkstatt een lezing op ARCHITECT@WORK in Rotterdam. Een voorgesprek.

Floor Frings.jpg
©

Werkstatt

agreybackground.png

“Bij het busstation in Nieuwegein werd gevraagd om een groene en duurzame overkapping. Die uitvraag leek te suggeren dat het busstation een dak zou krijgen met planten erop. Maar dat kost relatief veel materiaal om te maken en de beplanting daarop kan het in de zomer moeilijk krijgen”, vertelt architect Floor Frings van Werkstatt. “Wij hebben daarom een stap teruggezet en hebben eerst naar de kern van de opgave gekeken: het ontwerpen van een overkapping waardoor reizigers op deze plek in Nieuwegein als het regent toch droog staan.”

“Het bijzondere aan regen is dat het op bijvoorbeeld een tentdoek kan tikken of zelfs ruisen”, gaat Floor verder. “Zouden we die ervaring onderdeel kunnen maken van het busstation? En zou dat te combineren zijn met bomen en planten in de volle grond?”

Werkstatt is uitgekomen op een heel licht dak bestaande uit hoge, houten vakwerkliggers waar ETFE overheen is gespannen. Dat dak rust op drie brede betonnen kolommen waarover regenwater af kan lopen naar de grond. Door de spuitbetonnen afwerking van die kolommen poreuzer te maken, kunnen daar allerlei mossen op groeien. Op de grond staan de kolommen vervolgens in wadi’s waar lagere en hogere beplanting in kan groeien. Bij piekbuien kan het teveel aan water tijdelijk ondergronds opgeslagen worden.

1 Watertheater Transferium – Copyright Werkstatt.jpeg
©

Werkstatt

Ontwerpen vanuit kernwaarden van project

“Centraal staat bij ons de ambitie om een op alle vlakken leefbare samenleving te creëren waar mensen, planten en dieren van profiteren”, vertelt Floor. “Het streven om de CO2-uitstoot in bouw en gebruik te verlagen is een vanzelfsprekend onderdeel daarvan. Maar daar hoort ook bij dat we ernaar streven om verschillen in de samenleving te verkleinen. Dat we sociale dynamiek willen ondersteunen. En dat we graag ruimte maken voor natuur. We hanteren wat dat betreft echt een holistische benadering.”

In zijn eerste projecten lag bij Werkstatt sterk de nadruk op biobased bouwen. Met de groei van het bureau, en de schaal van de opgaven waar het aan werkt, is die focus op biobased bouwen wat genuanceerd. “Bij het ontwerp van een woning voor particulieren met wat meer geld kun je helemaal gaan voor een duurzame materialisering in hout en kalkhennep”, vertelt Floor. “Maar bij CPO meer&deel stonden we op een gegeven moment voor het dilemma: gaan we voor een 100% biobased materialisering, die wat duurder is, waardoor we een groot deel van de groep verliezen; of doen we daarop toch een concessie door de vloeren in beton uit te voeren, zodat een groter deel van groep er kan komen te wonen? Er is voor het laatste gekozen en ik ben er trots op dat zoveel mogelijk huishoudens die meededen aan die CPO er nu ook echt wonen!”

“Bij de start van een ontwerpproces stellen wij altijd de kernwaarden van het project vast”, licht Floor toe. “Onderdeel daarvan is dat we onszelf afvragen: wat doe je waar, wat kan waar? Daarbij is het steeds belangen afwegen.” Wat daarbij ook meespeelt is dat Werkstatt ziet dat bouwen met een lage materiaalgebonden CO2-uitstoot branchebreed de bottom-line gaat worden. Die beweging is ingezet. En dat geeft hen nu ook de vrijheid om zich op al die andere aspecten te richten die gebouwen tot geweldige architectuur maken.

3 CPO Meer & Deel – Copyright Bram Berkien.jpg2 CPO Meer & Deel – Copyright Bram Berkien.jpg

CPO meer&deel - © Bram Berkien

Ondersteunen van gemeenschapsvorming

Bij het ontwerp van CPO meer&deel in Eindhoven – winnaar van de Dirk Roosenburgprijs 2025 – was het de uitdaging om de balans tussen collectiviteit en autonomie goed te krijgen, legt Floor uit. Dat je elkaar makkelijk tegenkomt en kunt opzoeken, maar dat als je hoofd er niet naar staat, je ook de vrijheid hebt om even op jezelf te zijn.

De gevonden oplossing is een sequentie van ruimtes, een gradiënt van openbaar naar privé, legt Floor uit. Tussen de rationeel opgezette woongebouwen zijn er open hoeken richting de stad. De gemeenschappelijke ruimtes liggen vervolgens in de ‘scharnieren’ van de bebouwing. De woningen zelf zijn voorzien van diepe veranda’s die je deelt met je buren en waarover je soms voor de woningen van anderen langs moet lopen om bij je eigen woning te komen.

Iets verderop in Eindhoven is onlangs gestart met de bouw van Klein Strijp, dat zo’n 160 sociale huurwoningen krijgt, plus zo’n 60 woningen binnen een wooncoöperatie. Net als bij meer&deel was ook hier een kernwaarde om in het ontwerp de gemeenschapsvorming te ondersteunen. “Bij Klein Strijp zijn de galerijen daarom leefgalerijen geworden, waar je elkaar makkelijk tegenkomt, even een praatje maakt, en buiten kunt zitten.”

“Uit die keuze voor leefgalerijen volgde het principe dat daar dan ook geen slaapkamers aan zouden moeten liggen, anders werkt dat op termijn minder goed. Dat vroeg dus om tweezijdig georiënteerde woningen. Maar het project bevat woningen in verschillende groottes en bij de kleinere woningen is dat wel een uitdaging. Het is dan eenvoudig om bij de kleinere woningen daar een concessie in te doen, maar we hebben volhard en gezocht naar een manier om dat toch mogelijk te maken. We zijn toen uitgekomen op een structuur van L-vormige plattegronden waardoor die tweezijdige oriëntatie toch voor alle woningen mogelijk werd.”

“Een ander kernprincipe bij Klein Strijp was om alle daktuinen met elkaar te verbinden. Ook dat was een uitdaging, omdat ze op verschillende niveaus liggen, maar dat is wel gelukt”, vertelt Floor enthousiast.

Waar meer&deel een kleine buurt is, is Klein Strijp onderdeel van een grootstedelijk bouwblok. Maar ook in dat blok heeft Werkstatt weer een gradient van openbaar naar privé ontworpen. De gemeenschappelijke ruimte is in dit project meer aan de buitenzijde van het blok gelegd, zodat er vanuit daar ook een verbinding ontstaat met de buurt eromheen en de stad. In het binnenhof, in de luwte, komt ruimte voor kinderen om te spelen.

4 Klein Strijp – Copyright Werkstatt.jpeg
©

Werkstatt

Schoonheid vanuit de materialisering

Met haar collega’s maakt Floor graag maquettes en mockups van de ontwerpen waar ze aan werkt. Dat doet ze in de werkplaats die ze op het bureau hebben, de naam van het bureau – Werkstatt – verwijst daar ook naar. “Juist in de materialisering van onze ontwerpen gaan we op zoek naar schoonheid”, vertelt ze.

“De schoonheid zit hem in een oprecht toepassen van detaillering, met aandacht voor reliëf, negges en textuur van de gevel”, gaat ze verder. “Bij het ontwerp van het busstation in Nieuwegein hebben we op een gegeven moment een mock-up gemaakt van de goot, om die echt te doorgronden en goed te krijgen.”

Wat betreft de materialisering van projecten zijn er voor het bureau geen taboes, maar voelt het bij alle materialen wel een grote verantwoordelijkheid. Materialen met een hoge materiaalgebonden CO2-uitstoot, zoals staal en beton, behandelt het bureau als ‘dure’ materialen, qua milieu-impact zijn ze dat namelijk. “Staal en beton passen we toe op die plekken waar ze echt meerwaarde hebben en op zo’n manier dat ze later her te gebruiken zijn”, legt Floor uit.

Het meest in haar element is Floor toch als ze werkt met en aan nieuwe, duurzame materialen. “Voor Klein Strijp hebben we een stuc ontwikkeld waarin vermalen tweedehands bakstenen zijn verwerkt. Zo heb je iets van de uitstraling van een bakstenen gevel, maar in een veel kleinere dikte, dus met een veel lagere milieu-impact. In Klein Strijp lukte het uiteindelijk nog niet om dat toe te passen. Maar samples van het materiaal liggen in de werkplaats van Werkstatt klaar voor een volgend project!