De ogen van de huid: architectuur voelen
Publicatiedatum: 02.06.2026
Dit is een herwerkte vertaling van een origineel artikel geschreven door Nora Santonastaso
We benaderen hedendaagse architectuur en haar representatie steeds meer via digitale beelden en, in toenemende mate, via AI. Daarbij staat het zicht centraal en krijgt het een bijna dominante waarde. De voorkeur voor ons meest directe zintuig hangt ook nauw samen met de zeer sterke band die architectuur en interieurontwerp de afgelopen jaren hebben ontwikkeld met disciplines en kunsten buiten het vakgebied, zoals mode en gastronomie.
Alles kan uiteindelijk worden teruggebracht tot een weergave, in een puur en perfect beeld, van wat wordt ontworpen, gerealiseerd en aan het publiek wordt gepresenteerd.

De tastzin in opmars: de herontdekking van de tactiele waarde van materialen in de architectuur
Zoals zo vaak in cycli is deze tendens nu ook aan het veranderen. Terwijl er bijvoorbeeld in de omgang met sociale media een groeiend besef ontstaat van het belang om ervaringen op te doen zonder de druk te voelen die publiekelijk te delen, raakt in de architectuur de vormgeving van ruimte en omhulling steeds meer op de achtergrond. Daarvoor komt in de plaats een herontdekking van de andere zintuigen, en vooral van de tastzin.

Juhani Pallasmaa
In 2005 stelde de Finse architect Juhani Pallasmaa in De ogen van de huid een architectuur voor als een multisensorische ervaring, en niet als louter visuele kunst. In deze visie speelt de tastzin een primaire rol als schakel tussen het lichaam - opgevat als het noodzakelijke medium om ervaringen te beleven - en de gebouwde omgeving. Vandaag, meer dan twintig jaar later, zien we op internationale architectuurevenementen eindelijk een duidelijke breuk met het overheersende gepolijste en gestileerde minimalisme.
Texturen, het onderzoek naar materiaal voorbij de tweedimensionale beeldvlak, en de onmiddellijke zintuiglijke ervaring komen steeds meer centraal te staan in ontwerpprocessen – zelfs binnen het domein van intrinsiek vlakke, per definitie tweedimensionale producten.
Het concept van bekleding beleeft een nieuw, rijk en levendig hoofdstuk: het suggereert boeiende en uitdagende ontwerpscenario’s en overschrijdt zijn traditionele toepassings- en waarderingskaders. Wanneer de vingertoppen de oppervlakken licht aanraken, ontdekken ze een complexe en veelzijdige materiële waarde - en vinden daar zichtbaar plezier in.

Experimenten met driedimensionale texturen op keramische platen, Cersaie 2025
De laatste editie van Cersaie in Bologna en de Design Week in Milaan toonden echte, volle materialen die niet alleen visueel, maar ook tastbaar uitvoerig te ervaren zijn. Samen met de herontdekking van bepaalde waarden en schoonheden uit het verleden, die bijdragen aan het verhaal van een zekere perfecte imperfectie, krijgen afwerkingen de voorkeur die de nerf, porositeit en onregelmatigheid benadrukken.
De waarheid van het materiaal vertaalt zich in een specifieke aanpak, namelijk in gericht onderzoek door bedrijven naar behandelingen die de perceptie van technologische oplossingen voor de architectuur kunnen versterken en vervolledigen: borstelen, zandstralen, het aanbrengen van texturen met een uitgesproken verhalende kwaliteit. De tastzin liegt niet bij het verkennen van deze nieuwe materialen: ze geeft aan geest en gevoel de dichtheid en warmte terug die het zicht slechts kan vermoeden. In een tijdperk van digitale simulatie en alom gecommuniceerde perfectie wordt imperfectie een certificaat van authenticiteit en werkelijke existentie.

Installatie van Arturo Álvarez in het Spaanse Appartement, Elle Decor
Er is nog een ander aspect dat uit deze benadering voortvloeit. Vanuit technisch oogpunt is het ontwerpen van texturen nauw verbonden met de beheersing van het architecturale project wat betreft de interactie met licht. Een oppervlak met eigenschappen die de waargenomen diepte benadrukken, gaat een wisselwerking aan met het licht, waardoor de wand verandert in een dynamisch element dat zich gedurende de dag,wanneer het wordt blootgesteld aan natuurlijk licht,of afhankelijk van het lichtontwerp telkens anders manifesteert.
Architecten zoals Peter Zumthor en Kengo Kuma hebben ons geleerd dat het juist de diepte is die het ritme van de ruimte bepaalt. Vandaag vertaalt zich dat in gevelsystemen en binnenbekledingen die de driedimensionaliteit benutten om chromatische en esthetische vibraties te genereren, waardoor het gebouw verandert in een levend organisme.
Alle afbeeldingen: © Nora Santonastaso