Art by Jonas Vansteenkiste
Publicatiedatum: 20.05.2026
Jonas Vansteenkiste (1984) is een beeldend kunstenaar en curator die een multidisciplinaire praktijk ontwikkelt waarin architectuur en psychologie samenvloeien. Zijn werk, variërend van installatie en sculptuur tot video, fotografie en tekening, onderzoekt hoe ruimtes functioneren als mentale constructies.
Hij studeerde aan het KASK Gent (Bachelor New Media, Master Media Art) en vervolledigde een onderzoeksjaar aan Sint-Lucas Antwerpen. Sinds 2024 is hij hoofd van de keramiekafdeling aan de Gerrit Rietveld Academy. Vansteenkiste werkt en leeft in Amsterdam en Kortrijk.
Centraal in zijn werk staat de “mentale ruimte”: een door architecturale elementen opgebouwde omgeving waarin perceptie, herinnering en emotie worden geordend. Vanuit persoonlijke ervaringen puurt hij het anekdotisch tot een onderliggende structuur uit, waardoor zijn installaties functioneren als denkruimtes waarin de toeschouwer actief wordt gepositioneerd, lichamelijk én mentaal. Architectuur en thema's van huis /thuis staan hierin centraal.
Recente tentoonstellingen omvatten o.a. “Coup de Théâtre. A Play of Clay” bij ABBY Kortrijk en “Sottobosco” in Museum Guislain (2026), evenals “Cities and Eyes” bij Fridman Gallery in New York City en “lumen” in Berlijn (2025).
Voor ARCHITECT@WORK in Brussel werden twee werken geselecteerd die exemplarisch zijn voor het oeuvre van Jonas Vansteenkiste.
Eén daarvan is Victoria May Thatcher (2019–2020), een sleutelwerk waarin zijn onderzoek naar architectuur als psychologische en politieke ruimte scherp tot uiting komt. Ontstaan tijdens een residentie aan het European Ceramic Work Centre, vertrekt dit sculpturale werk vanuit een concrete ervaring in Liverpool. Een ornament uit een gevel, oorspronkelijk bedoeld als verfraaiing binnen een sociaal woningbouwproject, wordt uitvergroot, vervormd en losgemaakt van zijn context. Wat ooit een teken van zorg en waardigheid was, transformeert bij Vansteenkiste tot een obstructie: een element dat de toegang tot de woning letterlijk blokkeert.
De titel verbindt drie historische figuren, Queen Victoria, Margaret Thatcher en Theresa May, en evoceert zo een gelaagde geschiedenis van sociale woningbouw in het Verenigd Koninkrijk. Van het Victoriaanse idealisme, waarin architectuur een instrument was voor sociale verheffing, over de neoliberale ontmanteling onder Thatcher, tot de hedendaagse crisis die pijnlijk zichtbaar werd na de Grenfell Tower fire.
In Victoria May Thatcher verschuift ornament van esthetiek naar kritiek. Het werk functioneert als een heterotopie: een ruimte waarin verschillende tijdslagen en ideologieën samenkomen en botsen. Architectuur verschijnt hier niet als neutrale achtergrond, maar als drager van macht, herinnering en uitsluiting.
Door het huis, traditioneel een plek van bescherming, te transformeren tot een ontoegankelijke structuur, stelt Vansteenkiste een fundamentele vraag: wie heeft het recht om te wonen, en wie wordt buitengesloten?
Een tweede werk is A Pile of Homes (2014), een sculptuur die Vansteenkistes kritische benadering van architectuur als drager van ideologie en verlangen scherp verbeeldt.
Op afstand lijkt het werk een anonieme stapel stenen, maar bij nader inzien onthullen zich fragmenten van huizen: daken, schoorstenen, raamopeningen. Wat ooit stond voor geborgenheid en identiteit, verschijnt hier als residu, losgerukt uit zijn context en herleid tot een fragiele massa. De sculptuur verwijst naar de naoorlogse verkavelingen uit de jaren 1960, waarin wonen steeds meer werd gestuurd door economische logica en speculatie.
In lijn met de ideeën van Alain de Botton toont het werk hoe architectuur onze identiteit mee vormgeeft, maar ook hoe gestandaardiseerde woonmodellen dit potentieel ondermijnen. De huizen die Vansteenkiste oproept zijn geen plekken van betekenis, maar clichés, holle beloftes van stabiliteit en geluk.
De stapel zelf fungeert als een hedendaagse ruïne, verwant aan het denken van Walter Benjamin, waarin opbouw en verval samenvallen. Tegelijk suggereert ze een gelaagdheid van mislukte woonideologieën: van het naoorlogse optimisme tot de neoliberale commodificatie van het huis. Waar Michel de Certeau ruimte beschrijft als iets dat geleefd wordt, toont Vansteenkiste hier het omgekeerde: een ruimte die haar bewoners heeft verloren en enkel nog als vorm bestaat.
Toch schuilt in A Pile of Homes ook een vorm van zorg. Door deze fragmenten te verzamelen en te herschikken, maakt Vansteenkiste van de ruïne een monument, een stille reflectie op wat wonen had kunnen zijn. De sculptuur balanceert zo tussen kritiek en melancholie, en stelt een fundamentele vraag: wat betekent het om ergens thuis te zijn, wanneer die plek zelf instabiel blijkt?
